De Verenigde Oostindische Compagnie

De Verenigde (Nederlandse Geoctroijeerde) Oostindische Compagnie, afgekort VOC, is waarschijnlijk de meest succesrijke handelsonderneming uit de hele Nederlandse geschiedenis. Ze werd in 1602 ter coördinatie van de Nederlandse handelsactivieiten op de Indonesische archipel en omgeving gesticht. De VOC kreeg van de Staten-Generaal een octrooi, waarbij haar alleenhandel werd verleend in de gebieden ten osten van de Kaap de Goede Hoop en ook een aantal soevereiniteitsrechten, bijvoorbeeld het onderhouden van een leger en een vloot, het sluiten van verdragen, het verklaren van een oorlog en het sluiten van een vrede.

De VOC was georganiseerd als naamloze vennootschap die door verschillende aandeelhouders werd gefinancieerd. Het enige doel van de VOC was het behalen van winst. Het dividend dat de VOC uitkeerde, was fabuleus: gemiddeld 18% en in 1642 zelfs 50%! Dat was echter vooral mogelijk omdat de VOC zeer lage lonen betaalde aan haar eigen personeel en de inheemse bevolking van Indonesië uitbuitte. Dankzij het monopolie kon de VOC Indonesische kruiden in Europa voor een veelvoud van de prijs verkopen die ze er zelf eigenlijk voor had moeten betalen.

De VOC bestond uit zes kamers of kantoren die de schepen uitrustten: Amsterdam (halve inleg), Middelburg (een vierde), de Maasmond (Rotterdam en Delft, beide een zestiende) en West-Friesland (Hoorn en Enkhuizen, beide een zestiende). Het bestuur bestond uit 73 (later 60) bewindhebbers, uit wie een dagelijks bestuur van 17 leden werd gevormd, de zogenaamde Heren XVII. In de loop van de zeventiende eeuw kwam het bewind volledig in handen van de stedelijke regentenfamilies die op die manier hun eigen macht, rijkdom en invloed alleen nog maar konden uitbouwen.

In de achttiende eeuw begon de achteruitgang. De VOC kreeg niet alleen te maken met corruptie binnen de eigen rijen, maar ook met de toenemende concurrentie van vooral Engelse en Franse ondernemingen. Aangezien de VOC hoge dividenden bleef uitkeren, begon de intering van het kapitaal. In 1781 moest de VOC haar betalingen staken. Hoewel de Staten-Generaal steunend ingrepen, bleven de schulden snel stijgen. Tijdens de Bataafse Republiek werd de VOC officieel opgeheven (1798). Haar bezittingen werden overgenomen door de Nederlandse staat. Op die manier kwamen de gebieden van het huidige Indonesië in handen van het Koninkrijk der Nederlanden.

Belangrijke mensen in de dienst van de VOC waren bijvoorbeeld Jan Pieterszoon Coen, Abel Jansz.Tasman en Willem IJsbranddtsz. Bontekoe.

De belangrijkste producten die de VOC naar Europa importeerde, waren kruidnagels, muskaatnoten en foelie.

C.K



[Back]